Directeur actief voor Rabo Foundation
Rabobank Foundation heeft coöperatieve partners in Kenia die actief zijn in de melkproductie. Deze melkveeboeren en hun coöperaties kennen uitdagingen op het gebied van financiering, landbouwtechnische kennis en vermarkting van melkveeproducten. Vanuit zijn coöperatief bancaire en agrarische achtergrond heeft Rien Nagel, directievoorzitter van Rabobank Utrecht, samen met een lokale medewerker van Rabobank Foundation deze coöperaties begeleid bij het stellen van prioriteiten, de strategische ontwikkeling en het uitwerken van een financieringsaanvraag voor Rabo Foundation.
In Nairobi komt er een kleine man op me af. Ik heb tussen de talloze omhoog gehouden borden al tevergeefs naar mijn naam gezocht. ‘You look very Dutch, you must be Rien’. Hij had er terecht op gegokt mij zonder enige beschrijving wel te herkennen. Hollanders herken je inderdaad overal ter wereld onmiddellijk, valt niet te ontkennen.
In Machakos, ten zuidoosten van Nairobi ontmoeten we de secretaris (Kosmos) en General Manager (Stephen) van de regionale SACCO, UTS genaamd. SACCO staat voor Savings and Credit Cooperative; UTS voor United Traders SACCO. Het lijkt op een kleine coöperatieve bank, maar is het niet. Het verschil heeft te maken met eisen die vanuit de overheid gesteld worden. Een SACCO lijkt onderhevig aan lichtere eisen en kan gemakkelijker van start. En lijkt ook iets risicovoller.
Op de balans staat de inleg van de members als ‘member’s deposit’. Bij nader inzien blijkt dat een eufemisme voor risicodragend kapitaal te zijn. Of de members zich dat ook allemaal realiseren is de vraag. Bovendien kan het ze misschien helemaal niet zo veel schelen. Als ze namelijk een deel inleggen, mogen ze drie delen lenen. Dat doen ze allemaal. Als de SACCO ter ziele zou gaan, zullen ze compenseren. De SACCO’s zijn centraal georganiseerd, maar wel met een eigen board in de regio. De board is nauw betrokken en zit er heel dicht op. Ze praten veel en lang over allerlei verbeteringen en samenwerking met tal van partijen. Op zich niet onzinnig, want samenwerken is iets waar de vooruitgang niet zonder kan.
Hotel
We bekijken de eerste farm die in bezit is van een investeerder uit Nairobi. Een man die rijk is geworden in het vastgoed (sommige dingen zijn hier net zoals in Nederland) en zijn geld onder andere in een rurale omgeving wil beleggen. Er is een hotel gebouwd wat slechts enkele maanden per jaar uitsluitend voor christelijke doeleinden gebruikt mag worden. Daarnaast heeft hij een veehouderij ingericht waar een Maasai boer op werkt. Voor Keniaanse begrippen een flinke farm. Meteen valt op dat de dieren slechts worden gevoerd met hooi dat in een heel laat stadium is gehooid, waardoor de voedingswaarde heel laag is. Ze geven niet veel melk. Tussen de 3 en 5 liter per dag. Tijdens het melken krijgen ze nog een soort krachtvoer; katoenzaad van een kwaliteit die ik niet kan beoordelen. Volgens mijn reisgenoten is dit een gemiddeld beeld voor Kenia. Ze spreken alleen over de productie per dag. Ze weten niet wat een dier per jaar geeft. Ook houden ze niet goed bij of ieder dier wel elk jaar een kalf krijgt. Wel overweegt de Maasai een koe met een heel hoge productie te kopen van een collega. De veronderstelling die erachter ligt is dat het vooral een kwestie van fokkerij is om een hoge productie te krijgen. Bij latere bezoeken zal vaak hetzelfde aan de orde komen. Veel aandacht voor de afstamming, grote voorkeur voor de Nederlandse ‘Frisian’ koeien. En (te) weinig aandacht voor de dagelijkse dingen op de boerderij.
Telephonefarmer
We bezoeken later ook een ‘telephonefarmer’. Hij noemt zichzelf zo omdat hij de farm van afstand bestuurt. Hij is begonnen als kleermaker in Machakos en doet dat nog steeds. Maar hij is jaren geleden met een familielid een boerderij begonnen met als doel daar een goede business van te maken. De heren hebben een stuk grond gekocht en dat in 2 bedrijven gesplitst. Zijn familielid werkt voor een NGO. Beiden hebben dus extra inkomstenbronnen. Ook hier een behoorlijk aantal koeien per bedrijf; ca 10 melkgevende dieren. En ook een matige productie. Grote problemen met de vruchtbaarheid. Een tussenkalftijd van soms meer dan 2 jaar. Wel hebben de farmers een heel inventieve watervoorziening ontwikkeld. Ze wonen aan een zandrivier en hebben daar een zanddam in aangelegd. Een zandrivier is een rivier waar alleen in de regentijd zichtbaar water door heen gaat. Maar in de droge tijd gaat er ook water doorheen. Alleen zie je het niet, doordat het door een zandpakket stroomt. Door een ingenieus systeem vangen ze dat op en pompen ze het met een heel zuinige dieselmotor naar hun boerderijen.
Stap voor stap
Op een kalender zag ik ergens de uitdrukking ‘Haba na haba’ staan. Gevraagd naar de betekenis blijkt dat zoiets als ‘stap voor stap’ of ‘beetje bij beetje’ te betekenen. Misschien is dat een passende uitdrukking voor onze betekenis als Rabobank voor dit land. Het is een prachtig land. De landschappen, de mensen, hun onbezorgheid, zelfs het klimaat is ver boven wat ik er mij van had voorgesteld. Toch zijn de problemen gigantisch. Dat zal generaties kosten voordat er een aanvaardbaar welvaartspeil is bereikt waarbij iedereen genoeg te eten heeft, een dak boven zijn hoofd heeft en enig onderwijs geniet. Haba na Haba, met het oog op de lange termijn.
Rien Nagel
directievoorzitter Rabobank Utrecht