Eerste Utrecht gedicht van de maand
Het Utrechtgedicht van de maand is een nieuw initiatief van SLAU en Kunstliefde. Rabobank Utrecht e.o. en Corio ondersteunen dit initiatief. Vier jaar lang schrijft elke maand een andere dichter een nieuw gedicht over de stad Utrecht. In 2013 komt er een boekje van. Ingeborg Klarenberg mocht het spits afbijten. Ze droeg haar gedicht eind augustus voor in boekhandel Bijleveld. De Utrechtse cultuurwethouder Floris de Gelder nam het eerste exemplaar in ontvangst en ook stadsdichter Ingmar Heytze was van de partij.
Waar stadsduiven op neerkijken
De weg tot de wetenschap leidt nog altijd tot niets
behalve het doolhof waar mensen altijd een bestemming lijken te hebben.
Iemand schept fier een ruimte op papier.
In een taal die we enigszins verstaan spreekt hij:
Ik ga Atlas daar op de kaart zetten waar geen winkelstraat op uitkijkt.
Er kijkt geen winkelstraat op uit.
Met mijn rug tegen de Dom strekt de stad zich voor me uit.
Schreeuw dit voor me van de daken:
hoe de mensen kijken als je telt uit hoeveel bakstenen de Dom bestaat
en er straatliefdegras over je voeten groeit.
“Gedichten schrijven is een soort verslaving”
Het lijkt alsof Ingeborg Klarenberg (1988) liever over de wereld praat die ze gadeslaat - waarnaar ze luistert, waarin ze zich verdiept en die ze via wetenschap, woorden, beelden en muziek dichterbij haalt - dan dat ze over zichzelf praat. Ze publiceerde gedichten in Op Ruwe Planken, Met Andere Zinnen, Meander, Krakatau, KRAAI en Komkommer & Kwel. Ze droeg poëzie voor op onder andere het poëziefestival Onbederf’lijk Vers en het Nijmeegs Boekenfeest. Daarnaast won ze met haar werk verschillende prijzen, zo ook bij de door SLAU georganiseerde HCTrofee in 2007. Bovendien werd ze in 2009 genomineerd voor de Meander Dichtersprijs. Toch zegt Ingeborg Klarenberg niet: ik ben dichter.
Hermans
Ze beschrijft ‘een lichtelijk naïef meisje dat het ene kwartier een gedicht schrijft, het andere kwartier een flora openslaat om een plantje te determineren, daarna wiskundesommen oplost en later een stukje op haar ligfiets rijdt om te zien hoe de eerste zwaluwen zich verzamelen om het land te verlaten. Een meisje dat misschien wel te veel W.F. Hermans gelezen heeft en zich soms heel erg in zijn mensbeeld kan vinden’. En ja, het gaat haar om de misantropie van Hermans. “Het is niet zo dat ik constant zo tegen het leven aankijk, maar ik kan hem soms geen ongelijk geven.”
liefde en vriendschap
Klarenberg maakt een eigen wereldje waarin de bundels van Rainer Maria Rilke, Sylvia Plath, maar ook de gedichten van Gerrit Kouwenaar, Tjitske Jansen, Lieke Marsman en Vicky Francken een belangrijke rol spelen. Met hen baant ze zich een weg (slenterend door de straten en steegjes van Wittevrouwen) tussen de woorden en de exacte wetenschappen. “Sinds vorig jaar studeer ik aardwetenschappen in Utrecht, maar ik had net zo goed voor Nederlands of voor het conservatorium kunnen kiezen. Soms is het heel fijn dat alles rechttoe rechtaan is; dat iets vaststaat. Het is fijn om af en toe logisch na te kunnen denken.” Klarenberg wil dan ook niet per se emoties op papier zetten. “Zo durf ik niet zo goed over liefde of vriendschap te schrijven; ik ben bang dat ik clichés gebruik. Ik wil gewoon mooie dingen maken. En als ik goed zou kunnen schilderen, zouden het misschien schilderijen zijn.”