Serious Gaming part 1
Serious gaming is bezig met een onstuitbare opmars. Nederland is voorloper op dit gebied en de lijst met succesvol toegepaste spellen in Nederland wordt langer en de doelstellingen steeds gevarieerder.
Wie bij gaming denkt aan spelletjes voor kinderen, loopt achter. In deze serie laten Utrechtse bedrijven zien hoe dit fenomeen langzaam het leerboek verdringt.

Player: Dutch Game Garden
‘Games lenen zich uitermate goed voor informatieverstrekking of om bepaalde complexe zaken uit te leggen’, zegt Jan-Pieter van Seventer, Strategisch Directeur bij Dutch Game Garden in Utrecht. Deze Nederlandse stichting helpt bij de groei van de Nederlandse game-industrie op nationaal en internationaal niveau. Overheid en bedrijfsleven zetten serious gaming in toenemende mate in voor voorlichting, educatie en training. Zo is er al en game die het spijbelen tegen moet gaan. Volgens Jan-Pieter van Seventer baseren vooral mensen die weinig of nooit gamen hun mening over het medium vooral op kinderspellen, zoals die op de Wii. Zij zien niet de volledige potentie van het medium. ‘Daarom geeft Dutch Game Garden veel uitleg over serious gaming aan traditionele partijen. Van bedrijven tot overheden en zelfs het innovatieplatform van premier Balkenende. We proberen ze ervan te doordringen dat ze via dit medium saaie informatie zo kunnen verpakken, dat mensen er iets van opsteken. Ik noem het verkeerspark in Assen ook wel eens als voorbeeld van de oudste vorm van serious gaming in Nederland. Daar komen kinderen spelenderwijs in aanraking met de verkeersregels en leren er op die manier ook nog wat van.’ Serious gaming is daarnaast niet alleen interessant voor bedrijven en overheden, maar ook voor de makers. Jan-Pieter van Seventer: ‘Games voor entertainment kenmerken zich door een hoge voorinvestering, met het risico dat de maker dit laat of helemaal niet terugverdient. Serious gaming is veelal business to business en daarmee financieel aantrekkelijk voor gamebedrijfjes in bijvoorbeeld Utrecht.’
Part 2 Monkeybizniz binnenkort op het Raboblog